"Dit Orgel, ’t welk in netheid en sierlykheid boven andere uitmunt (...)."


De kerkvoogd: Jan Willems Roemeling (1752-1821)

De tweede kerkvoogd die bij de bouw van het orgel van Oostwold betrokken was, heette Jan Willems Roemeling (1752-1821). Zijn naam staat vermeld op de cartouche voor het orgel, op de torenklok uit 1807 en ook op de kroonluchter die sinds 1821 in de kerk hangt. Roemeling was de opvolger van Wiardus Siccama, die in 1797 was overleden.

 

Roemeling werd op 23 juli 1752 geboren in Nieuw-Beerta als zoon van Willem Roemeling en Renske Starke. Hij werd op 12 augustus van dat jaar gedoopt in de kerk van Nieuw-Beerta. Roemeling stamde uit een geslacht landbouwers dat al enkele generaties in Nieuw-Beerta woonde en werkte.

 

Jan Willems Roemeling trouwde op 23 juni 1775 in Beerta met Aafje Hansen Veldman (1756-1822) uit Beerta. Ze kregen negen kinderen, waarvan er nog drie in leven waren toen hij in 1821 stierf.

 

Roemeling pachtte van 1775 tot 1783 een stuk land in “Beertsterhoogen”, onder Beerta. In 1782 kocht hij land aan in Oostwold. Hij zou daar tot zijn dood in 1821 blijven wonen.

 

In de archieven komt hij voor als ‘boer’ en ‘landgebruiker’. In zijn overlijdensakte wordt hij omschreven als ‘rentenier’.

 

Roemeling betaalde jaarlijks het enorme bedrag van 841 gulden als "huire tot geschenk weegens aankoop van de beklemminge van de oude Pastorie Plaatzen te Oostwold".

 

Jan Willems Roemeling en zijn vrouw Aafje Hansen Veldman vonden hun laatste rustplaats op de oude begraafplaats van Oostwold: recht voor de achteruitgang van de kerk. Ze liggen daar op nog geen tien meter afstand van het orgel waarmee hun naam voor altijd zal zijn verbonden.